6.5.2 Verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen
(artikel 69 van het Wetboek der Inkomstenbelastingen 1992 - W.I.B. 1992)

Investeringsaftrek - Algemeen

Een onderneming, die bij de oprichting of uitbreiding een investering uitvoert, kan onder bepaalde voorwaarden "een investeringsaftrek" bekomen.

De "investeringsaftrek" wordt gedefinieerd als zijnde een vrijstelling van de winst en baten van de onderneming, gelijk aan een deel (percentage) van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de materi‘le vaste activa die in nieuwe staat verkregen zijn of tot stand gebracht, en van de nieuwe immateri‘le vaste activa, indien die vaste activa in Belgi‘ voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige worden gebruikt.

De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht.

Begunstigden.

De fiscale investeringsaftrek is geldig voor :

Als het recht van gebruik van een investeringsgoed afgestaan wordt aan een derde - wat het geval is bij verhuur - dan vervalt het recht op de investeringsaftrek. De wet bevat echter ŽŽn uitzondering : als de gebruiker een natuurlijke persoon is, en hij het gehuurde pand gebruikt voor de uitoefening van zijn zelfstandige beroepsactiviteit, dan blijft het recht op investeringsaftrek bestaan, tenzij de zelfstandige op zijn beurt het gebruiksrecht zou afstaan aan nog een andere persoon.

Zijn eveneens van het voordeel van de investeringsaftrek uitgesloten :

toepassing van de artikelen 68 t.e.m. 77 van het Wetboek der Inkomstenbelastingen 1992

De aftrek kan verkregen worden door het bijzondere formulier 276U in te vullen en bij de aangifte te voegen.

Hoogte van de investeringsaftrek.

De investeringsaftrek bedraagt een bepaald percentage van de investeringen en bestaat uit :

Voor de aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtigen wordt de investeringsaftrek op vaste activa waarop enkel de basisaftrek van toepassing is, gedesactiveerd, dit wil zeggen tot nul teruggeschroefd.

Deze verlaging tot nul geldt niet ten aanzien van:

Deze desactivering is een tijdelijke maatregel : wanneer de economische omstandigheden zulks rechtvaardigen kan de koning, bij een in ministerraad overlegd besluit, het percentage opnieuw verhogen. 


Bijzonder bepalingen.

De investeringsaftrek is in principe een ŽŽnmalige aftrek. Toch kunnen belastingplichtigen (zowel natuurlijke personen als vennootschappen) met minder dan 20 werknemers (op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de investeringen zijn aangeschaft of tot stand gebracht), ervoor opteren de investeringsaftrek te spreiden. Voor investeringen gedaan tijdens het belastbaar tijdperk dat met het aanslagjaar 2003 verbonden is, is deze gespreide aftrek gelijk aan 10,5 % van de afschrijvingen op die activa (11,5% voor aanslagjaar 2002).

Ook voor wat betreft de milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling kan men opteren voor een verhoogde gespreide investeringsaftrek, en dit ongeacht het aantal werknemers dat men tewerkstelt. Voor investeringen gedaan tijdens het belastbaar tijdperk dat verbonden is met het aanslagjaar 2003 is deze aftrek gelijk aan 20,5% van de jaarlijkse afschrijving op deze investeringen ( 21,5% voor aanslagjaar 2002).

De wet van 4 mei 1999 voert een nieuwe investeringsaftrek in voor herbruikbare verpakkingen. Het betreft investeringen in materi‘le vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het productieproces van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten. Ook investeringen die de terugname verzekeren in verkooppunten evenals de tussentijdse opslag en de verzending naar afvalpunten of distributiecentrales alwaar ze verder gesorteerd of gereinigd worden komen in aanmerking. Op dergelijke investeringen wordt een investeringsaftrek van 3% toegestaan. Hierbij is niet vereist dat de aandelen voor meer dan de helft in het bezit zijn van natuurlijke personen. Deze nieuwe investeringsaftrek, waarvan de toepassingsvoorwaarden werden vastgelegd bij koninklijk besluit van 21 september 2000, geldt sedert aanslagjaar 1999 en voor vennootschappen die per kalenderjaar boekhouden vanaf het boekjaar 1998. Voor de andere, het boekjaar dat in 1999 afsluit voor 31 december. Ondernemingen die dergelijke investeringen doorgevoerd hebben vanaf 1 januari 1993 kunnen ook van de nieuwe investeringsaftrek genieten, evenwel gespreid in de tijd. De 3 % moet telkens voor een vierde genomen worden gedurende aanslagjaar 1999 tot en met 2002.

Indien het belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winst of baten oplevert om de investeringsaftrek te kunnen verrichten mag de niet verleende vrijstelling worden overgedragen op de volgende belastbare tijdperken. De investeringsaftrek waarop de belastingplichtige recht heeft ingevolge investeringen van vroegere belastbare tijdperken is echter aan volgende aftrekbeperking onderworpen (aanslagjaar 2003) :


Samenvatting Đ Tabel.

Voor de investeringen gedaan tijdens het belastbare tijdperk dat aan aanslagjaar 2003 verbonden is, zijn de toe te passen tarieven dus de volgende :

 

Natuurlijke

personen

KMO

(1)

Andere

vennootschappen

Octrooien

13.5%

13.5%

13.5%

Energiebesparende investeringen

13.5%

13.5%

13.5%

Groene investeringen

13.5%

13.5%

13.5%

Hergebruik van

Verpakkingen

-

3%

3%

Andere investeringen

3.5%

3%(2)

0%

Gespreide aftrek

groene investeringen

20.5%

20.5%

20.5%

Gespreide aftrek

Anderen investeringen(3)

10.5%

10.5%

10.5%

(1) KMO's worden hier gedefinieerd als "binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan ŽŽn of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen, en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een cošrdinatiecentrum behoort als vermeld in het KB nr. 187 van 30 december 1982.

(2) Enkel van toepassing op de eerste schijf van 6.690.000,00 euro aan investeringen voor aj. 2003

(3) Belastingplichtigen, zowel natuurlijke personen als vennootschappen, die minder dan 20 werknemers tewerkstellen, kunnen, als ze dit wensen, de investeringsaftrek spreiden. De gespreide aftrek voor groene investeringen is daarentegen niet gebonden aan de minimale tewerkstelling van 20 werknemers. 

Bijkomende inlichtingen.

Ministerie van Financi‘n
Administratie der Directe Belastingen
Financietoren Đ bus 32
Kruidtuinlaan 50
1010 Brussel
Tel.: 02/210.22.11 

        02/210.23.65 (natuurlijke personen)

        02/210.23.42 (vennootschappen)

Deze informatie is eveneens terug te vinden op : http://mineco.fgov.be/enterprises/vademecum/Vade23_nl-04.htm

Nuttige adressen :

Om de verhoogde aftrek voor energiebesparende investeringen of voor milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling te bekomen moet een attest worden voorgelegd dat afgeleverd wordt door de regionale overheid (Gewest)  waar de investering gebeurt.

De aanvraagformulieren kunnen bekomen worden op de onderstaande adressen :

Energiebesparende investeringen :

Vlaams Gewest :
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Administratie Economie - Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie
North Plaza B, Koning Albert II-laan 7-9, 1210 Brussel
tel.: (02)553 46 00 , fax: (02)553 46 01
e-mail: ondergrond@vlaanderen.be
e-mail: energie@vlaanderen.be 
website: http://www.vlaanderen.be 

Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
Brussels Instituut voor Milieubeheer - Afdeling Energie
Gulledelle 100, 1200 Brussel
Tel: (02) 775 75 11
fax: (02) 775 76.79.
e-mail: info@ibgebim.be 
website: http://www.ibgebim.be 

Waals Gewest :
Direction gŽnŽrale des Technologies, de la Recherche et de l'Energie
Division de l'Energie
avenue Prince de LiŹge 7, 5100 Jambes
Tel: (081) 33 50 50
Fax: (081) 30 66 00
e-mail: Energie@mrw.wallonie.be
website: http://mrw.wallonie.be/dgtre/dgrte

Milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling :

Vlaams Gewest :
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Administratie Milieu, Natuur- en Land- en Waterbeheer
Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid,
Graaf de Ferraris-gebouw, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel
Tel: (02) 553 80 56
Fax: (02) 553 80 55.
E-mail: lieven.dejaegher@lin.vlaanderen.be
Website: http://www.mina.vlaanderen.be 

Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
Brussels Instituut voor Milieubeheer,
Gulledelle 100,  1200 Brussel
Tel: (02) 775 75 11.
Fax: (02) 775 76.79.
E-mail: info@ibgebim.be
website: http://www.ibgebim.be

Waals Gewest:
Direction gŽnŽrale des Ressources naturelles et de l'Environnement
Cellule de Prospection et d'IntŽgration rŽgionale
avenue Prince de LiŹge 15, 5100 Jambes
Tel.: (081)33 51 60
Fax: (081) 33 51 22
e-mail: m.petitjean@mrw.wallonie.be 
website: http://mrw.wallonie.be/dgrne/home.htm

Voor de investeringsaftrek van 3% voor materi‘le vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor de productie, de terugname of de recyclage van herbruikbare verpakkingen van dranken en nijverheidsproducten, is er geen attesteringsverplichting. De belastingplichtige zal zelf de nodige documenten moeten bezorgen aan de Administratie der Directe Belastingen.


Aanvraagprocedure tot het bekomen van een attest voor de verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen.

Om de verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen (of voor milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling) te bekomen moet een attest worden voorgelegd dat wordt afgeleverd door de regionale overheid (Gewest) waar de investering gebeurt.

Het attest dient door de belastingplichtige te worden aangevraagd door middel van een aanvraagformulier, op straffe van verval binnen de 3 maanden na de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht. Wanneer de investering verschillende belastbare tijdperken dekt, wordt het laatste belastbaar tijdperk beschouwd als dat van de aanschaffing of totstandbrenging voor de berekening van de termijn van 3 maanden.

De aanvraagformulieren kunnen bekomen worden bij :

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Administratie Economie - Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie
North Plaza B, Koning Albert II-laan 7-9, 1210 Brussel
tel.: (02)553 46 00 , fax: (02)553 46 01
e-mail: ondergrond@vlaanderen.be
e-mail: energie@vlaanderen.be 
website: http://www.vlaanderen.be 

De investeringen die in aanmerking komen voor een verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen moeten kunnen worden gerangschikt onder ŽŽn der 12 categorie‘n van Bijlage I bij het aanvraagformulier.

Wanneer de belastingplichtige meerdere investeringen heeft uitgevoerd die onder verschillende in de Bijlage I vermelde categorie‘n vallen, moet hij per categorie een aanvraagformulier indienen.

Het aanvraagformulier dient behoorlijk te worden ingevuld, gedagtekend, ondertekend en aangetekend worden teruggezonden naar bovenvermeld adres.

Als de investering kan gerangschikt worden onder ŽŽn der categorie‘n van Bijlage I, wordt het attest ter beslissing voorgelegd aan de Vlaamse minister die de energie onder zijn bevoegdheid heeft. Na de beslissing wordt het attest aan de belastingplichtige toegezonden.

De belastingplichtige moet op zijn beurt het attest, ofwel indienen samen met de belastingsaangifte voor de periode waarin de investeringen zijn gedaan, ofwel, indien dit niet meer mogelijk is, bezorgen aan de Administratie der Directe Belastingen binnen de 30 dagen vanaf de dag waarop het attest is afgeleverd.

Indien de belastingplichtige bij de ondertekening van zijn belastingaangifte niet in staat is het gewenste attest bij te voegen, kan de belastingcontroleur, in afwachting van een beslissing van de Vlaamse minister, toch een aftrek toekennen door voorlopig rekening te houden met het vooropgestelde bedrag. Wanneer de eindbeslissing niet overeenstemt met de verwachtingen van de onderneming volgt er een rectificatie van de oorspronkelijke belasting.

toepassing van de artikelen 47 t.e.m. 49 van het KB van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek der Inkomstenbelastingen 1992

Belangrijke opmerking betreffende de attestaanvragen : artikel 49 van het KB van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (W.I.B.), geeft aan de Vlaamse minister, die de energie onder zijn bevoegdheid heeft, slechts een beperkte rol in het kader van de globale aanvraagprocedure voor de in artikel 69 van het W.I.B. voorziene investeringsaftrek. Deze rol beperkt zich tot het nagaan van de echtheid van de uitgevoerde investeringen en tot het nagaan van de overeenkomst met de in Bijlage I vermelde categorie‘n.  Het feit dat de Vlaamse minister het attest aflevert is geen waarborg dat de fiscale aftrek werkelijk zal worden toegekend. De aanvraag voor investeringsaftrek moet immers worden ingediend bij het ministerie van Financi‘n dat op zijn beurt zal vaststellen of de eigenlijke fiscale voorwaarden zoals voorzien in het W.I.B., werden nageleefd.

Ten einde de echtheid van de investeringen en de overeenkomst met de categorie‘n vast te stellen, is het noodzakelijk dat de aanvraag vergezeld is van alle vereiste bewijsdocumenten en alle elementen die het mogelijk moeten maken het juiste bedrag en de waarde van de investeringen te bepalen. Het is immers op basis van de facturen (bedragen exclusief BTW) dat het bedrag op het attest wordt opgemaakt.

In het geval van een investering die door de onderneming zelf wordt uitgevoerd moet een werkplan worden bijgevoegd met daarop het aantal werkuren en de kwalificatie van de tewerkgestelde personen binnen de onderneming. 

Naast deze boekhoudkundige documenten dient de aanvraag vergezeld te zijn van een gedetailleerde technische beschrijving van de investeringen, met de nadruk op de energiebesparende aspecten.

De energiebesparing (zowel absoluut als relatief) of de verbetering van het energetisch rendement dient expliciet vermeld en geargumenteerd te worden.

Bij de aanvraag dient dus in ieder geval te worden gevoegd :

De behandeling van de dossiers en de aflevering van de attesten worden dikwijls vertraagd door het ontbreken of de onvolledigheid van de inlichtingen met betrekking tot bovenvermelde elementen.

Zoals hierboven reeds vermeld dient het attest te worden aangevraagd binnen de 3 maanden na het afsluiten van het boekjaar waarin de investeringen zijn gebeurd. Ieder jaar stelt de administratie vast dat de meeste bedrijven wachten tot het allerlaatste moment met het indienen van hun aanvraag. Als gevolg van de enorme binnenkomst van het aantal dossiers gedurende deze periode (meestal eind maart) is een snelle afhandeling van sommige dossiers niet meer gewaarborgd. De aanvragen worden immers afgehandeld in volgorde van ontvangst. Dien daarom uw aanvraag in van zodra uw dossier volledig is. De beslissing van de minister en een mogelijke aflevering van het attest volgt in ieder geval binnen een termijn van 6 maanden (mits het dossier alle nodige documenten en inlichtingen bevat).

In aanmerking komende investeringen.

De investeringen die in aanmerking komen voor de verhoogde investeringsaftrek dienen gericht te zijn naar een rationeler gebruik van energie in de industrie, en in het bijzonder naar een verbetering van industri‘le processen louter uit energetische overwegingen.

Bovendien moeten de investeringen kunnen gerangschikt worden onder ŽŽn der 12 categorie‘n van Bijlage I bij het aanvraagformulier.

De categorie‘n zijn verdeeld in 6 groepen welke het hoofddoel aangeven dat moet nagestreefd worden. Dit zijn :

Onder elke categorie staat een (limitatieve) opsomming van de diverse investeringen en de middelen die mogen aangewend worden om het doel te bereiken.

De lijst met investeringen in Bijlage I is in principe een limitatieve lijst. Met andere woorden : investeringen die niet vermeld staan of niet gerangschikt kunnen worden onder ŽŽn der categorie‘n, komen niet in aanmerking (uitzondering : categorie 9b - zie later).

Bovendien bevatten de meeste categorie‘n een aantal beperkingen.

Zo zijn categorie‘n 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, en 9a enkel van toepassing op bestaande of in gebruik zijnde gebouwen, broeikassen, apparaten, processen, leidingen, enzÉ

Onder "bestaande" gebouwen of broeikassen wordt verstaan : de gebouwen of broeikassen waarvan op het einde van het belastbaar tijdperk waarin de investeringen zijn gedaan, de voltooing van de bouw meer dan 5 jaar terug heeft plaatsgevonden.

Onder "bestaande" of "in gebruik zijnde" apparatuur, processen, systemen, enzÉ wordt verstaan : de apparatuur, processen, systemen, enz. waarvan op het einde van het belastbaar tijdperk waarin de investeringen zijn gedaan, de ingebruikneming meer dan drie jaar terug heeft plaatsgehad.

Voor sommige categorie‘n worden de investeringen slechts gedeeltelijk aanvaard, in verhouding tot de bekomen verhoging van het energetisch rendement.

De investeringen die niet beantwoorden aan de van toepassing zijnde milieunormen komen eveneens niet in aanmerking.

Categorie‘n 7, 10, 11 en 12 zijn weliswaar van toepassing op nieuwe installaties, doch het betreft hier  meestal enkel de  investeringen in procesapparatuur en de technische installaties.

Zo worden gronden (en bijhorende investeringen zoals het bouwrijp maken van terreinen, ori‘nterend bodemonderzoek, bodemsanering, É ) en werken van bouwkundige aard ( zoals gebouwen, wegen, funderingen, É ) niet aanvaard, voor zover zij niet onlosmakelijk verbonden zijn met de energie-investeringen en niet nutteloos worden indien de energie-investeringen buiten dienst worden gesteld.

Dikwijls houdt de aanvrager geen rekening met al deze beperkingen. Meestal is dat dan ook de oorzaak van een negatieve beslissing in een attestaanvraag.

Belangrijke aandachtspunten (per categorie).

Belangrijke aandachtpunten en redenen die kunnen leiden tot een negatieve beslissing :

Categorie 1 :      beperking van de energieverliezen in bestaande gebouwen of in bestaande broeikassen.

De categorie is van toepassing op bestaande gebouwen en bestaande broeikassen. Een afschrift van de bouwvergunning is daarom vereist.

Gebouwen, muren, daken, enzÉ die middels ŽŽn of andere reglementering (bijv. isolatie- of energieprestatiereglementering) reeds aan maximale k-waarden moeten voldoen, komen niet in aanmerking.

De aftrek kan alleen worden toegepast op de aanschaffingskosten en de plaatsingskosten van het isolatiemateriaal (eventueel voorzien van de nodige bescherming, zoals bijv. een dampscherm) of het raam. Andere eventuele renovatiekosten, arbeidskosten voor afbraak, transport en afwerking komen niet in aanmerking.

De warmtedoorgangsco‘ffici‘nt (k-waarde) van de wand dient kleiner dan of gelijk te zijn aan 0,5 Watt per vierkante meter en per Kelvin,  waarbij gebruik wordt gemaakt van materialen die beschikken over een ATG  -Technische Goedkeuring met certificaat volgens BUTgb of een CE-markering. 

In het aanvraagdossier dienen daarom expliciet de volgende elementen aanwezig te zijn : het soort isolatiemateriaal, de fabrikant (eventueel merknaam), de lambda-waarde (lD) en de aangebrachte dikte.

Categorie 2 :      beperking van het energieverlies door in gebruik zijnde apparaten, leidingen, afsluiters en kanalen te isoleren of in gebruik zijnde warme of koude vloeistofbaden af te dekken.

De categorie is van toepassing op in gebruik zijnde apparaten, leidingen, afsluiters en kanalen, enzÉ

De aftrek kan alleen worden toegepast op de aanschaffingskosten en de plaatsingskosten van het isolatiemateriaal (eventueel voorzien van de nodige bescherming). Andere eventuele renovatiekosten, arbeidskosten voor afbraak, transport en afwerking komen niet in aanmerking.

De gebruikte isolatiematerialen bezitten een lambda-waarde (lD) die gelijk is aan of kleiner is dan 0,05 Watt per meter en per graad Kelvin, en beschikken over een ATG  -Technische Goedkeuring met certificaat volgens BUTgb of een CE-markering. 

De investeringen komen slechts gedeeltelijk in aanmerking, in verhouding tot de erdoor bekomen vermindering van warmteverlies t.o.v. de toestand die bestond v——r de investering. De vermindering van het warmteverlies dient middels een geargumenteerde berekening vermeld te worden in het aanvraagdossier.

Categorie 3 :      beperking van het energieverlies in bestaande ovens.

De categorie is van toepassing op bestaande ovens.

Het vervangen van de isolerende of vuurvaste bekleding komt slechts gedeeltelijk in aanmerking, in verhouding tot de erdoor bekomen vermindering van warmteverlies. De vermindering van het warmteverlies dient middels een geargumenteerde berekening vermeld te worden in het aanvraagdossier.

Categorie 4 :      beperking van het ventilatieverlies in bestaande gebouwen.

De categorie is van toepassing op bestaande gebouwen. Een afschrift van de bouwvergunning is in het aanvraagdossier vereist.

Categorie 5 : terugwinnen van afvalwarmte.

De categorie is van toepassing op het plaatsen van warmterecuperatietoestellen of opvangapparatuur in een bestaand systeem, waarbij de warmte momenteel verloren gaat of niet wordt gebruikt.

Categorie 6 :      aanwenden van expansie-energie die vrijkomt bij bestaande productieprocessen of bij de ontspanning van fluida onder druk gebracht voor transport.

De categorie is van toepassing op het plaatsen van de nodige apparatuur voor het aanwenden van de expansie-energie in een bestaande installatie of bestaand systeem.

Categorie 7 :      Warmte-kracht-koppelingsapparatuur.

De categorie is van toepassing op de plaatsing van nieuwe WKK-installaties. De voorwaarden met betrekking tot de rendementen van kracht en warmte garanderen dat de geproduceerde warmte voldoende wordt aangewend.

De in aanmerking komende investeringen betreffen voornamelijk apparatuur. Werken van burgerlijke bouwkunde, zoals gebouwen, funderingen, wegen, rioleringen, enzÉ komen niet in aanmerking voor zover zij niet nutteloos worden indien de WKK-installatie buiten dienst wordt gesteld.

Categorie 8 :      verbrandings-, verwarmings-, klimatiserings- en verlichtingsapparatuur.

De categorie is van toepassing op het verbeteren van het energetisch rendement van verbrandings-, verwarmings-, klimatiserings- en verlichtingsapparatuur in een bestaande installatie of bestaand systeem.

Categorie 8a slaat op het plaatsen van meet- en regelapparatuur op bestaande installaties, enkel en alleen uit energetische overwegingen.

Het vervangen van bestaande apparatuur (categorie 8b) komt slechts gedeeltelijk in aanmerking, in verhouding tot de erdoor bekomen verhoging van het energetisch rendement. In het aanvraagdossier dient de verhoging expliciet vermeld en geargumenteerd te worden.

            Het gedeelte van de in deze categorie 8 beoogde investeringen dat een capaciteitsverhoging tot gevolg heeft komt niet in aanmerking.

Categorie 9 :      industri‘le productieprocessen.

Categorie 9a slaat op het plaatsen van meet- en regelapparatuur op bestaande installaties, enkel en alleen uit energetische overwegingen.

Categorie 9b is van toepassing op zowel bestaande als op nieuwe installaties.

Voor bestaande installaties dienen de investeringen vooral gericht te zijn op een structurele aanpassing van het productieproces en moeten ze leiden tot een beduidende vermindering van het energieverbruik.

Investeringen in nieuwe installaties en nieuwe productieprocessen moeten gepaard gaan met een duidelijke meerkost ten opzichte van een klassieke of standaardinvestering en de meerkosten moeten specifiek gericht zijn naar een rationeel energieverbruik. 

De aankoop van nieuwe moderne machines, die inherent op het vlak van energieverbruik duidelijke voordelen hebben ten opzichte van bestaande machines, kan beschouwd worden als een modernisering van een rechtstreekse productieve uitrusting, overeenkomend met de huidige stand van de technologie. De daarbij horende energiebesparing is eigen aan elke modernisatie-investering en komt slechts op de tweede plaats. Deze investeringen vormen geen extra inspanning en komen niet in aanmerking voor een verhoogde investeringsaftrek.

Renovatiewerken, vervangen van defecte apparatuur en standaardinvesteringen bedoeld om de bestaande capaciteit te moderniseren en/of nieuwe productiecapaciteit te cre‘ren kunnen eveneens beschouwd worden als courante moderniseringen en komen niet in aanmerking.

De investeringen kunnen slechts gunstig beoordeeld worden mits een geargumenteerde berekening van de jaarlijkse energiebesparing ( zowel de absolute als de relatieve besparing)

Categorie 10 :     productie en gebruik van energie door chemische, thermo-chemische of biochemische omzetting van biomassa en afvalstoffen.

De categorie is van toepassing op de plaatsing van nieuwe installaties voor de verwerking van biomassa en afvalstoffen.

De investeringen dienen in eerste instantie gericht te zijn naar de energetische valorisatie. Waterzuiveringsinstallaties komen dus niet in aanmerking,  met uitzondering van de investeringen voor het aanwenden van eventuele ontstane gassen.

Productietoestellen en -apparatuur die de teruggewonnen energie gebruiken zijn eveneens niet inbegrepen.

 Categorie 11 :    energieproductie op basis van hernieuwbare energie‘n.

Komen in aanmerking voor deze categorie, de investeringen in nieuwe apparatuur voor :

Categorie 12 : vervoer via spoor- of waterweg.

In aanmerking komen, de investeringen binnen de inrichting in nieuwe los- en laadinrichtingen voor vervoer via spoor- of waterweg of in nieuwe uitrustingen voor de aansluiting op het spoorwegnet of de waterweg.

De voornoemde investeringen komen slechts in aanmerking in verhouding tot de toename van het relatieve deel van de jaarlijkse tonnage die via spoor- of waterweg wordt vervoerd, met de situatie v——r de investeringen als referentiesituatie genomen.

De investeringen in de vervanging van materieel, uitrustingen of installaties vallen niet onder het toepassingsveld van deze categorie.


Klik op onderstaande link om het formulier te openen

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
FORMULIER CEB-2

FORMULIER VOOR HET BEKOMEN VAN EEN ATTEST VOOR EEN VERHOOGDE INVESTERINGSAFTREK VOOR ENERGIEBESPARENDE INVESTERINGEN.

(Artikel 69 van het Wetboek der Inkomstenbelastingen)


Bijlage I bij het aanvraagformulier voor :

VERHOOGDE INVESTERINGSAFTREK VOOR ENERGIEBESPARENDE INVESTERINGEN.

Lijst van activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industri‘le processen uit energetische overwegingen en voor de terugwinning van energie in de industrie.

-------------------------

Voor de toepassing van deze bijlage betekenen de termen  :

De investeringen die niet beantwoorden aan de van toepassing zijnde milieunormen zullen niet in aanmerking worden genomen.

-------------------------


GROEP 1 : BEPERKING VAN DE ENERGIEVERLIEZEN

Categorie 1 : beperking van de energieverliezen in bestaande gebouwen of in bestaande broeikassen.

Voor zover ze niet door een wettelijke bepaling zijn opgelegd en mits materialen worden gebruikt waarvan de warmtegeleidingsco‘ffici‘nt volgens de Belgische normen NBN van de reeks B62 of volgens bijzondere Belgische normen of dito technische goedkeuringen, kleiner is dan of gelijk is aan 0,05 Watt per meter en per Kelvin, komen de volgende investeringen in aanmerking :

  1. isoleren van buitenmuren, buitendeuren en -poorten, van schuine of platte daken, van vloeren en muren die de scheiding vormen tussen een verwarmd vertrek en een niet-verwarmd vertrek of van vloeren die de scheiding vormen tussen een verwarmd vertrek en de buitenlucht zodanig dat de warmtedoorgangsco‘ffici‘nt (k-waarde) van de wand kleiner is dan of gelijk is aan 0,5 Watt per vierkante meter en per Kelvin, evenals het aanbrengen van de nodige bescherming of van een bekleding om het isolatiemateriaal tegen het binnendringen van stof, lucht of waterdamp te beschermen, materiaal en loonkosten voor afwerking en versiering niet inbegrepen ;
  2. vervangen van enkel vensterglas door dubbel of driedubbel vensterglas waarvan de warmtedoorgangsco‘ffici‘nt (k-waarde) kleiner is dan of gelijk is aan 3,2 Watt per vierkante meter en per Kelvin, evenals het aanpassen van de ramen of het vervangen ervan door houten of kunststoframen of door metalen ramen met thermische onderbreking ;
  3. plaatsen van wegneembare schermen in broeikassen die een scheiding vormen tussen kweekruimte en dak.

Categorie 2 : beperking van het energieverlies door in gebruik zijnde apparaten ,leidingen, afsluiters en kanalen te isoleren of in gebruik zijnde warme of koude vloeistofbaden af te dekken.

Investeringen waarbij isolatiemateriaal is gebruikt waarvan de warmtegeleidingsco‘fficint, volgens de Belgische normen NBN van de reeks B62 of volgens bijzondere Belgische normen of dito technische goedkeuringen, kleiner is dan of gelijk is aan 0,05 Watt per meter en per Kelvin, komen in aanmerking in verhouding tot de erdoor bekomen vermindering van warmteverlies t.o.v. de toestand die bestond v——r de investering.


Categorie 3 :beperking van het energieverlies in bestaande ovens.

Enkel de volgende investeringen komen in aanmerking :

  1. het bijkomend isoleren van de ovens ;
  2. het vervangen van de isolerende of vuurvaste bekleding van de ovens, in verhouding tot de erdoor bekomen vermindering van warmteverlies.

Categorie 4 : beperking van het ventilatieverlies in bestaande gebouwen.

De volgende investeringen komen in aanmerking :

  1. aanbrengen van tochtsluizen, tochtgordijnen of automatisch sluitende deuren en poorten tussen de binnen- en buitenkant van het verwarmd gebouw of tussen een verwarmd en een niet-verwarmd gedeelte van het gebouw;
  2. aanbrengen van automatisch sluitende deuren tussen koel- of diepvrieskamers en de rest van het gebouw.

GROEP 2 : TERUGWINNEN VAN ENERGIE

Categorie 5 : terugwinnen van afvalwarmte.

De volgende investeringen, met uitzondering van het materieel en de uitrustingen die bestemd zijn voor warmte-kracht-koppeling, komen in aanmerking wanneer zij het in een bestaand systeem mogelijk maken afvalwarmte :

  1. plaatsen van recuperatietoestellen op thermische afvalstromen of uitstoten ;
  2. plaatsen van warmteopvangapparatuur nodig om afvalwarmte terug te winnen, productietoestellen die de teruggewonnen warmte gebruiken niet inbegrepen ;
  3. plaatsen van ge•soleerde leidingen en circulatiepompen voor het transport van de teruggewonnen warmte ;
  4. plaatsen van ge•soleerde opslagvaten die uitsluitend dienen voor het tijdelijk opslaan van de teruggewonnen warmte ;
  5. plaatsen van apparatuur voor het opvangen en naverdampen van stoomcondensaat, evenals de installatie van spuikranen voor de aflaat van condensaat ;
  6. plaatsen van warmtepompen
  7. verlenging van continu-ovens voor een verdere recuperatie van de in de rookgassen aanwezige warmte, bij gelijkblijvende productiecapaciteit.

Categorie 6 : aanwenden van expansie-energie die vrijkomt bij bestaande productieprocessen of bij de ontspanning van fluida onder druk gebracht voor transport.

In aanmerking komen, de investeringen om bestaande installaties en systemen voor het aanwenden van die expansie-energie aan te passen door het plaatsen van :

  1. tegendrukturbines ;
  2. expansieturbines ;
  3. generatoren, met inbegrip van snelheidsreduktoren, waarin de opgewekte mechanische energie wordt omgezet in elektrische energie.

GROEP 3 : VERBETERING VAN HET ENERGETISCH RENDEMENT

Categorie 7 : Warmte-kracht-koppelingsapparatuur.

De volgende investeringen komen in aanmerking, mits de gemiddelde rendementen van kracht Nk en warmte Nw, gelijktijdig voldoen aan :

 en  en

Nk is de verhouding, uitgedrukt in procenten, tussen de op jaarbasis geproduceerde mechanische of elektrische energie en de totale aan het systeem op jaarbasis toegevoerde energie, berekend op de onderste verbrandingswaarde van de brandstof.

Nw is de verhouding, uitgedrukt in procenten, tussen de op jaarbasis gebruikte warmte-energie en de totale aan het systeem op jaarbasis toegevoerde energie, berekend op de onderste verbrandingswaarde van de brandstof.

  1. installatie van krachtwerktuigen (gasturbines, diesel- en gasmotoren evenals stoomketels  gecombineerd met tegendrukstoomturbines of aftapcondensatieturbines) waarin thermische energie wordt omgezet in mechanische energie ;
  2. installatie van generatoren, met inbegrip van snelheidsreduktoren, waarin opgewekte mechanische energie wordt omgezet in elektrische energie ;
  3. installatie van warmtewisselaars of recuperatieketels (met inbegrip van branders voor verhoging van de stoomproductie) die met uitlaatgassen werken ;
  4. installatie van warmtewisslaars voor het terugwinnen van de warmte van krachtwerktuigen ;
  5. investeringen voor :
    • het opslaan van brandstof binnen de inrichting ;
    • het transport van brandstoffen, verbrandingslucht, uitlaatgassen, koelwater, koellucht of ketelvoedingswater binnen de inrichting ;
  6. installatie van :
    • geluidsisolatie ;
    • rookgasreinigingsapparatuur ;
    • apparatuur ter behandeling van ketelvoedingswater ;
    • elektrische en elektronische apparatuur voor aansluiting op het interne elektriciteitsnet.

De sector voor productie, transport en verdeling van elektriciteit valt niet onder het toepassingsveld van deze categorie.

Categorie 8 :verbrandings-, verwarmings-, klimatiserings- en verlichtingsapparatuur.

De volgende investeringen komen in aanmerking :

  1. de investeringen, uitsluitend uitgevoerd met het oog op het verhogen van het energetisch rendement van bestaande verbrandings-, verwarmings-, klimatiserings- en verlichtingsapparatuur ;
  2. in verhouding tot de erdoor bekomen verhoging van het energetisch rendement, de investeringen in nieuwe verbrandings-, verwarmings-, klimatiserings- en verlichtingsappartuur ter vervanging van bestaande apparatuur.

Het gedeelte van de in deze categorie beoogde investeringen dat een capaciteitsverhoging tot gevolg heeft komt niet in aanmerking.

Categorie 9 :industri‘le productieprocessen.

De volgende investeringen komen in aanmerking :

  1. de investeringen uitgevoerd met het oog op het verhogen van het energetisch rendement van bestaande installaties ;
  2. in verhouding tot de erdoor bekomen verhoging van het energetisch rendement, de investeringen die een wijziging van bestaande industri‘le processen of hun vervanging door nieuwe processen beogen.

Het gedeelte van de in deze categorie beoogde investeringen dat een capaciteitsverhoging tot gevolg heeft komt niet in aanmerking.


GROEP 4 : ENERGETISCHE VALORISATIE VAN BIOMASSA EN AFVALSTOFFEN

Categorie 10 : productie en gebruik van energie door chemische, thermo-chemische of biochemische omzetting van biomassa en afvalstoffen.

In aanmerking komen, de investeringen binnen de inrichting in :

  1. uitrusting uitsluitend voor het bewerken, opslaan en transporteren van de in- en uitgaande stoffen ;
  2. reactoren gebruikt voor de chemische, thermo-chemische of biochemische omzetting van de biomassa en de afvalstoffen met inbegrip van verbrandingsapparaten en aangepaste branders of vuurhaarden ;
  3. recuperatiestookketels aangesloten op verbrandingsapparaten; ketels of het verbouwen ervan en krachtwerktuigen om de verkregen brandstof te gebruiken ;
  4. warmtewisselaars ;
  5. meet-, tel-  en regelapparatuur ;
  6. schoorstenen en apparatuur om rookgas en gasvormige of vloeibare effluenten te reinigen.

GROEP 5 : GEBRUIK VAN HERNIEUWBARE ENERGIEEN

Categorie 11 : energieproductie op basis van hernieuwbare energie‘n.

In aanmerking komen, de nodige apparatuur voor de productie van mechanische, thermische of elektrische energie door aanwending of door omzetting van de hernieuwbare energie‘n.

De investeringen in de nodige apparatuur voor de energieproductie door omzetting van biomassa komen niet in aanmerking in het kader van deze categorie. Deze vallen onder categorie 10.

De investeringen in de vervanging van apparatuur voor energieproductie door aanwending of door omzetting van hernieuwbare energie vallen niet onder het toepassingsveld van deze categorie.


GROEP 6 : VERVOER

Categorie 12 : vervoer via spoor- of waterweg.

In aanmerking komen, de investeringen binnen de inrichting in nieuwe los- en laadinrichtingen voor vervoer via spoor- of waterweg of in nieuwe uitrustingen voor de aansluiting op het spoorwegnet of de waterweg.

De voornoemde investeringen komen slechts in aanmerking in verhouding tot de toename van het relatieve deel van de jaarlijkse tonnage die via spoor- of waterweg wordt vervoerd, met de situatie v——r de investeringen als referentiesituatie genomen.

De investeringen in de vervanging van materieel, uitrustingen of installaties vallen niet onder het toepassingsveld van deze categorie.

terug naar inhoudstabel