6.5.1 DE ECOLOGIEPREMIE

Inleiding

Met de ecologiepremie, een onderdeel van het Actieplan Ondernemen, betaalt de Vlaamse Overheid een gedeelte van de ecologische investeringen die een onderneming doet. Niet alleen verbruikt u minder en spaart u dus geld uit, bovendien betaalt de Vlaamse overheid een deel van de kostprijs van de investering. U wint dus twee keer.

Deze ecologiepremie, die in het najaar van 2004 van start is gegaan, is de opvolger van de ecologiesteun voor milieuvriendelijke investeringen. Deze steun kan oplopen tot 40% voor kleine en middelgrote ondernemingen en 30% voor grote ondernemingen.

DE DIGITALE AANVRAAG

EŽn van de belangrijkste wijzigingen is het feit dat voortaan een aanvraag elektronisch (via het internet) dient te gebeuren via de webstek http://www.vlaanderen.be/ecologiepremie. Daarmee vervolledigt de ecologiepremie het rijtje van steunregimes die elektronisch dienen aangevraagd te worden, zoals de advies-, opleidings- en DNA-cheques, de groeipremie en de gratis opstart.

Wie reeds een gebruikersnaam en paswoord heeft via de bestaande steunregimes, kan deze eveneens gebruiken voor de aanvraag van een ecologiepremie. Bent u een nieuwe klant, dan zoekt de webtoepassing de identitiet van uw onderneming op in de referentiedatabank (Graydon) en maakt vervolgens een login en paswoord aan.

Met de gebruikersnaam en het paswoord heeft men toegang tot de beveiligde site en kan mijn zijn dossier(s) elektronisch indienen en opvolgen.

LIMITATIEVE TECHNOLOGIEèNLIJST

De ecologiepremie wordt gekenmerkt door een lijst van technologie‘n :  de limitatieve technologie‘nlijst (afgekort LTL). Op deze lijst staan een 800-tal technologie‘n die in aanmerking komen voor ecologiesteun. Deze technologie‘n staan gerangschikt volgens sector (NACE-code). Een ondernemer die een aanvraag wenst te doen kan best een technologie uit de lijst kiezen. Er staan 4 soorten technologie‘n op de lijst :

De volledige LTL is te vinden op http://www. vlaanderen.be/ecologiepremie

Deze lijst is o.a. opgesteld aan de hand van de BBT-studies (BBT = best beschikbare technieken : voor info zie : http://www.emis.vito.be) die voor de verschillende sectoren werden uitgevoerd, gelijkaardige regelgevingen in het buitenland en ervaringsgegevens.

BEPALING VAN HET INVESTERINGSBEDRAG VOOR DE STEUNBEREKENING

De steun wordt niet berekend op het totaal investeringsbedrag, maar slechts op een gedeelte van dit bedrag. Hierbij wordt rekening gehouden met volgende elementen :

 

In overeenstemming met de Europese regelgeving met betrekking tot steun voor milieu-investeringen komen enkel de extra investeringskosten in aanmerking ten opzichte van een klassieke of standaardtechnologie. Wanneer de milieuvriendelijke techniek geen extra investeringskosten met zich meebrengt komt deze technologie niet in aanmerking voor steun.

In overeenstemming met de Europese regelgeving met betrekking tot steun voor milieu-investeringen moeten eveneens de besparingen en opbrengsten van de milieuvriendelijke techniek gedurende de eerste vijf jaar in mindering gebracht worden van de meerkost. Deze besparingen kunnen zich bvb. situeren op het vlak van energie- of grondstoffenbesparing; de opbrengsten kunnen te maken hebben met bvb. de verkoop van tussenproducten in een recyclageproces, de opbrengsten uit groenestroomcertificaten, ...

De milieuperformantie is een factor (tussen 0,6 en 1) die aa,ngeeft in welke mate de investering mileuperformant is.  Zo is een end-of-pipe techniek minder milieuperformant dan een procesge•ntegreerde techniek. Milieu-investeringen gericht op milieuthema's die volgens het Milieubeleidsplan en de MIRA-rapporten als prioritair omschreven worden, worden als meer milieuperformant beschouwd.

De inrekening van meerkosten, besparingen/opbrengsten en de milieuperformantie gebeurt aan de hand van standaardberekeningen die door de administratie. Het bedrijf moet dus deze berekeningen niet zelf doen. Deze standaardberekeningen geven als resultaat het percentage van het investeringsbedrag dat in aanmerking komt voor de steunberekening. Dit percentage wordt voor elke technologie van de lijst afzonderlijk bepaald.

De meerkostpercentages voor de verschillende WKK-systemen zijn aangegeven in Tabel 1

Tabel 1 : meerkostpercentages voor verschillende WKK-systemen

WAT ALS EEN TECHNOLOGIE NIET OP DE LIJS STAAT ?

Voor nieuwe of heel specifieke technologie‘n die niet op de lijst staan, kan u eveneens een dossier elektronisch indienen. Dan moet u wel bijkomend (via de klassieke weg) de nodige bewijsstukken voorleggen waaruit blijkt dat de technologie voldoet aan de principes van BBT. Dit gebeurt o.a. aan de hand van een kwalitatieve beschrijving van de milieuvoordelen van de nieuwe technologie, de berekening van de extra investeringskosten en de besparingen/opbrengsten ten opzichte van de standaardtechnologie. Indien uw technologie aanvaard wordt door de administratie wordt deze - na goedkeuring door de minister - op de LTL bijgevoegd en verloopt het dossier verder alsof het een technologie van de LTL betreft.

INVESTERINGEN MET CO2-EMISSIEREDUCTIE VERPLICHTING

Voor technologie‘n met energiebesparing dienen grote ondernemingen1 eveneens een berekening te geven van de verwachte CO2-emissiereductie van de nieuwe technologie ten opzichte van de standaardtechnologie.

Dit geldt eveneens voor kleine en middelgrote ondernemingen1 die een nieuwe, energiebesparende, technologie aanvragen die niet op de lijst staat.

HOOGTE VAN DE STEUN

De steunhoogte wordt berekend op basis van de aard van de technologie, zoals hierboven aangehaald, en de grootte van de onderneming1. Wanneer een CO2-emissiereductie vereist is, is de steun eveneens afhankelijk van de vooropgestelde reductie. Kleine en middelgrote ondernemingen kunnen (standaard) tot 35% steun krijgen, grote ondernemingen tot 25%. Deze steun kan met maximaal 5% worden verhoogd indien men ŽŽn of ander duurzaamheidscertificaat (milieuzorgsysteem) kan voorleggen.

Tabel 2 : definities van ondernemingen

Om budgettaire redenen wordt echter de steun beperkt tot 1,8 miljoen euro per dossier, voor hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling - die extra worden gestimuleerd - ligt het plafond echter dubbel zo hoog : 3,6 miljoen euro steun.

Een totaal overzicht van de steunpercentages en de plafonds zijn te vinden in Tabel 3.

SNELLE UITBETALING VAN DE STEUN

ƒŽn van de basisprincipes van de nieuwe regelgeving is de snelle uitbetaling van de steun. De steun wordt in principe uitbetaald in drie schijven. Alle schijven worden ten vroegste uitbetaald 1 maand na beslissing.

Merk dus op dat bij de start reeds 30% wordt uitbetaald en dat halverwege het investeringsprogramma reeds 60% van de steun wordt uitbetaald.

1    voor de definities van kleine, middelgrote en grote ondernemingen wordt verwezen naar Tabel 2.

Voor  investeringen met een CO2-emissiereductie-engagement wordt de steun in eenmaal uitbetaald na bewijs van de gerealiseerde emissiereductie. Indien de emissiereductie niet is gehaald komt de steun te vervallen.

BESLUIT

Met de invoering van de ecologiepremie in het najaar van 2004 wordt de steun voor milieu-investeringen gevoelig gewijzigd en gebeurt de aanvraag via het internet zoals andere steunmaatregelen.

De nieuwe regelgeving is zodanig opgebouwd dat de steunberekening gebeurt aan de hand van standaardberekeningen zodat de onderneming onmiddellijk zelf zijn steun kan berekenen. Hiervoor zijn enkele de investeringsbedragen van de milieutechnologie‘n vereist. Ook de uitbetaling van de steun kan zeer snel aangevraagd worden; namelijk ŽŽn maand na de beslissing.

Voor energiebesparende investeringen wordt een CO2-emissiereductie-engagement gevraagd dat eveneens de steunhoogte bepaald. Deze steun wordt slechts uitbetaald wanneer de emissiereductie effectief is gerealiseerd.

De Vlaamse overheid hoopt op deze manier een extra stimulans te geven voor milieuvriendelijke investeringen.

Auteur :
ir. Paul Zeebroek
ingenieur
Ministerie Vlaamse Gemeenschap
Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie
paul.zeebroek@ewbl.vlaanderen.be

Tabel 3 : overzicht van de steunpercentages

terug naar inhoudstabel