In Vlaanderen (zie Besluit Vlaamse regering van 5 maart 2004, Staatsblad
15.04.2004, p. 22212) worden twee verschillende certificaten uitgegeven,
namelijk groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd uit
hernieuwbare energiebronnen (zonne- en windenergie, geothermie, waterkracht <10
MW, biomassa, biogas, getijden- en golfenergie) en WKK-certificaten.
Deze WKK-certificaten worden toegekend voor de primaire energiebesparing
berekend uit de elektriciteitsproductie in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties
of verzamelde kwalitatieve warmtekrachtinstallaties (zie Belgisch Staatsblad
van 12 december 2001). De primaire energiebesparing moet minstens 5%
bedragen ten opzichte van het energieverbruik nodig om dezelfde hoeveelheid
netto elektriciteit en benutte warmte op te wekken in een referentiecentrale
en een referentieketel (gescheiden productie), zie figuur 6.3.3.1-1.
Wanneer een hernieuwbare energiebron wordt gebruikt om de WKK aan te
drijven dan komt de installatie in aanmerking voor zowel groenestroomcertificaten
als voor WKK-certificaten. Maar om de WKK-certificaten te kunnen bekomen
moet men blijven voldoen aan de eis om minimaal 5% primaire energie te
besparen! |
Het aantal door de elektriciteitsleverancier (certificaatplichtige)
voor te leggen certificaten wordt berekend aan de hand van de hoeveelheid
geleverde elektriciteit aan de eindafnemer vermenigvuldigd met een
coëfficiënt
van 0,0119 in het jaar 2006, stijgend naar 0.0523 vanaf 2013. Per ontbrekend
WKK-certificaat zal hij een administratieve boete moeten betalen van €40
(03.2006) stijgend naar €45 op 31.03.2007 (zie figuur 6.3.3-2).
De volgende beperkingen werden ingevoerd (zie figuur 6.3.3.1-2):
Enkel kwalitatieve WKK-installaties komen in aanmerking;
- De waarde van de certificaten verloop degressief volgens
een bepaalde formule rekening houdend met het rendement van de installatie;
- De
indienstname van de installatie na 01/2002 ofwel ingrijpend gewijzigd;
- De
installatie moet zich in het Vlaams gewest bevinden.
|