6.3.3 Het systeem van warmtekrachtcertificaten

Europees kader

Op 19.12.1996 verscheen de Europese Richtlijn omtrent de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in de Europese Unie (EU) waardoor een scheiding noodzakelijk werd tussen de distributie en de productie van de elektriciteit, met als doel door concurrentie op de markt de elektriciteit goedkoper te maken en te komen tot 'tradable open markets'.

Tevens heeft de EU via de ondertekening van het Protocol van Kyoto zich er toe verbonden om de globale uitstoot van broeikasgassen met gemiddeld 8% te verminderen. De EU stelt dat enerzijds de bevordering van hernieuwbare energiebronnen en warmtekrachtkoppeling (WKK) en anderzijds de verhoging van de energie-efficiëntie een zeer belangrijke bijdrage kunnen leveren om aan de eisen van Kyoto te voldoen. De EU heeft zich hierdoor tot doel gesteld het aandeel van de hernieuwbare energie binnen de EU op te trekken van 14% in 1997 naar 22,1% in 2010. Het aandeel van WKK binnen de EU moet tegen 2010 tot 18% van de elektriciteitsproductie worden opgetrokken. Recente berekeningen uitgevoerd door 'Euroheat & Power' tonen aan dat hierdoor 57,8% van de doelstelling van Kyoto kan worden bereikt. Deze 18% WKK-doelstelling zou zo in 2010 de uitstoot van CO2 met 194,3 miljoen ton verminderen bovenop de vermindering door WKK-installaties welke reeds in 1997 bestonden. Om deze doelstellingen te verwezenlijken verscheen de "Directive 2001/77/EC of the European Parliament and of the Council of 27 September 2001 on the promotion of electricity produced from renewable energy sources in the internal electricity market". In deze richtlijn werd het kader geschetst van 'verhandelbare groenestroomcertificaten'.

Voor België betekent het Protocol van Kyoto een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 7,5% in 2008-2012 vergeleken met de emissies in 1990. De Europese richtlijn 96/92/EG werd door de Belgische wet van 29 april 1999 omgezet en bevat maatregelen welke behoren nu eens tot de bevoegdheid van de Federale Regering, dan weer tot die van de Gewesten. De voornaamste gewestelijke bevoegdheden inzake de elektriciteitsmarkt zijn: de distributie van elektriciteit via netten met een nominale spanning lager of gelijk aan 70 kV, de bevordering van het rationeel energiegebruik en de bevordering van de uitbouw van milieuvriendelijke productievormen van elektriciteit o.a. warmtekrachtkoppeling ofte WKK. Om milieuvriendelijke productievormen van elektriciteit te bevorderen hebben de verschillende gewesten gekozen voor een systeem van verhandelbare certificaten overeenkomstig de richtlijn 2001/77EC van de EU.

Het certificatensysteem

Door het invoeren van het certificatensysteem worden elektriciteitsleveranciers (certificaatplichtige) aangesloten op een distributienet of het transmissienet verplicht jaarlijks een aantal groensestroom-WKK-certificaten aan de herkende controle organismen (VREG voor Vlaanderen, CWAPE voor Wallonië en IBGE-BIM voor Brussel) voor te leggen. Deze certificaten kunnen zij bekomen door zelf groenestroom en WKK-stroom te produceren ofwel certificaten te kopen van natuurlijke personen of rechtspersonen (certificaatgerechtigden) eigenaar van een WKK-installatie (zie figuur 6.3.3-1). Per ontbrekend certificaat betaald de elektriciteitsleverancier een administratieve boete, deze boete is verschillend van gewest tot gewest (zie figuur 6.3.3-2). Door dit mechanisme zullen natuurlijke personen of rechtspersonen (certificaatgerechtigden), welke groenestroom-WKK-stroom produceren, niet enkel geld voor de produceerde elektriciteit kunnen ontvangen, maar ook door de verkoop van zijn certificaten tegen de geldende marktwaarde (zie figuur 6.3.3-1). De marktwaarde van de nu geldende certificaten in Vlaanderen en Wallonië, lag in het recente verleden hoger dan 90% van de opgelegde administratieve boete.

Figuur 6.3.3-1: Certificatensysteem in België


Door de drie gewesten, Vlaanderen, Brussel en Wallonië, werd de implementatie van het certificatensysteem op een verschillende wijze ingevoerd:

  • Vlaanderen: de WKK-certificaten op basis van ‘bespaarde primaire energie’. Daarnaast bestaan er groenestroomcertificaten voor elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen;
  • Wallonië en Brussel op basis van ‘vermindering van CO2-uitstoot’ en zijn de certificaten voor groenestroom uit hernieuwbare energiebronnen en WKK in eenzelfde systeem ondergebracht.
Figuur 6.3.3-2: Verplichtingen van de energieleveranciers
terug naar inhoudstabel