8.2 VergunningenBij een WKK-installatie dienen een milieu- en een bouwvergunning aangevraagd te worden. Beide vergunningen worden kort toegelicht. Milieuvergunning en milieuwetgeving In de VLAREM-reglementering werden een aantal zaken opgenomen die van toepassing zijn bij het installeren van WKK-systemen, zowel met motoren als met turbines. Noteer dat de hele VLAREM-reglementering onder de "Navigator Vlaamse milieuwetgeving" raadpleegbaar is op internet. Deze navigator is bereikbaar via elk van beide volgende websites door aanklikken van de rubriek "wetgeving/regelgeving": www.mina.vlaanderen.be of www.emis.vito.be. Tabel 8.1 geeft de algemene milieuvergunningskarakteristieken voor WKK-toepassingen met motoren, gebaseerd op de VLAREM-wetgeving (VLAREM I bijlagen). Voor WKK is enkel de sectie 31.1 (Vast opgestelde motoren) van toepassing. Tabel 8.2 geeft de algemene milieuvergunningskarakteristieken voor WKK-toepassingen met turbines, eveneens gebaseerd op de VLAREM- wetgeving. Voor WKK is enkel de sectie 43.2 van toepassing (verbrandingsinrichtingen met elektriciteitsproductie). In functie van de installatie kunnen onderdelen inder de toepassing vallen van de VLAREM-indelingsrubriek 39 "Stoomtoestellen en warmwatertoestellen". In de mate dat voor de warmteproductie beroep gedaan wordt op een afvalverbrandingsinstallatie kan ook de VLAREM-indelingsrubriek 2.3.4 van toepassing zijn. Tabel 8.1: Rubriek 31.1 "Motoren met inwendige verbranding" van VLAREM I
Tabel 8.2: Rubriek 43.2 "Verbrandingsinrichtingen met elektriciteitsproductie" van VLAREM I
Toelichting Klasse: Bemerkingen: Coördinator: Audit: Jaarverslag:
Een voorbeeld: Men wenst een WKK-installatie te installeren met de volgende vermogens 'in nominaal bedrijf': asvermogen zuigermotor : 495 kW Het is in VLAREM niet duidelijk gedefinieerd wat bedoeld wordt met het nominaal vermogen van de motor: verwacht zou worden dat men het asvermogen (495 kW) of het elektrisch vermogen (475 kWe) bedoelt, maar in de praktijk hebben sommige lokale overheden al voorgesteld om het generatorvermogen (600 kVA) of de brandstofinput (1350 kW) te beschouwen als 'nominaal vermogen'. Voor het specifieke voorbeeld maakt deze verschillende interpretatie het verschil tussen een milieuvergunning 'klasse 1' of 'klasse 2'. Vermits het vermogen de hoeveelheid arbeid betreft die per tijdseenheid wordt gepresteerd en het voormelde VLAREM-indelingscriterium slaat op de motor, moet in regel worden aangenomen dat het gaat om het vermogen dat de motor kan presteren, in casu is dit 495 kW. Het begrip "nominaal" betekent dat het individueel vermogen van de motoren moet worden in aanmerking genomen en niet bijvoorbeeld zoals voor sommige andere rubrieken de totaal geïnstalleerde drijfkracht. Bij de aanvraag van een milieuvergunning zijn diverse aspecten van belang. Meest belangrijk zijn echter de emissies van de uitlaatgassen van de installatie. In de 'oude' versie van VLAREM werd voor motoren enkel vermeld dat "de uitlaatgassen van de motor dienen te voldoen aan de eisen inzake emissiegrenswaarden voor motorvoertuigen in het wegverkeer". Aangezien de emissie-eisen van de motoren in het wegverkeer gekoppeld zijn aan welomschreven ritcycli en omdat de motoren in WKK-installatie een constant toerental hebben was de VLAREM-wetgeving irrelevant voor de uitlaatgasemissies van WKK-systemen. De huidige reglementering bevat wel duidelijke richtlijnen. Hierbij wordt voor motoren een onderscheid gemaakt tussen machines met 360 bedrijfsuren per jaar of meer en machines met minder dan 360 bedrijfsuren. Aangezien WKK-installaties in de eerste categorie vallen zullen we ons hiertoe beperken. Bij turbines beperken we ons tot de emissiegrenswaarden voor gasvormige brandstoffen. Tabel 8.3 geeft de emissiegrenswaarden voor gasmotoren, tabel 8.4 geeft
de emissiegrenswaarden voor dieselmotoren en tabel 8.5 voor gasturbines.
De normen zijn sterk gelijkend op de Duitse TA-Luft normen die tot op
heden regelmatig werden aangewend bij gebrek aan een Vlaamse regelgeving.
De emissiegrenswaarden worden uitgedrukt in mg/Nm3 uitgaande van een zuurstofgehalte in de rookgassen van 5 volumeprocent; h is elektrisch rendement bij vollast. Tabel 8.4:Emissiegrenswaarden voor dieselmotoren (bedrijfsduur >360 uur per jaar)
Net zoals bij gasmotoren wordt de emissiegrenswaarde uitgedrukt in mg/Nm3 uitgaande van een zuurstofgehalte van 5 volumeprocent in de rookgassen. Tabel 8.5: Emissiegrenswaarden voor gasturbines en STEG-eenheden voor gasvormige brandstoffen
De emissiegrenswaarde wordt uitgedrukt in mg/Nm3 uitgaande van een zuurstofgehalte
in de rookgassen van 15 volumeprocent. De meetfrequentie (zowel voor motoren als turbines) bedraagt zes maanden; indien vijf opeenvolgende metingen voldoen aan de emissiegrenswaarden volstaat een jaarlijkse meting. Naast de emissiegrenswaarden zijn er nog bepalingen omtrent geluid en koelwater. Hoewel men soms denkt dat WKK-systemen met motoren veel geluid produceren, kan men door een goede geluidsisolerende omkasting te gebruiken de geluidemissie van een WKK-installatie sterk beperken: mits de nodige investering kan de geluidsemissie van een in een geluidsisolerende omkasting opgestelde WKK-installatie lager zijn dan die van de ketel in de stookplaats. Bouwvergunning In principe is in bijna alle gevallen een bouwvergunning nodig voor een
WKK-installatie: wel kunnen ook hier interpretatieverschillen optreden
tussen de diverse lokale overheden. Belangrijk is dat de bouwvergunning en milieuvergunning aan elkaar gekoppeld zijn.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| terug naar inhoudstabel | volgende pagina | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||