5.3.2 Technische dimensionering WKK met motorEen belangrijk hulpmiddel bij de dimensionering van een WKK-installatie
is de zogenaamde 'jaarbelastingduurcurve', ook wel 'monotoondiagram' genoemd. Het begrip jaarbelastingduurcurve (verder aangeduid als 'jbdc') wordt toegelicht aan de hand van het voorbeeld van het ziekenhuis ('bedrijf A' in paragraaf 5.3.2). Bij een jbdc wordt de belasting (elektrisch of thermisch) uitgezet in functie van de belastingduur. Figuur 5.3.2-1 toont de jaarbelastingduurcurve voor elektriciteit, waarin
de elektriciteitspiek van 857 kWe en de basislast aan elektriciteit van
250 kWe zijn terug te vinden: de piekbelasting van ruim 850 kWe treedt
maar enkele uren per jaar op terwijl gedurende de 8760 uren in een jaar
de belasting 250 kWe of hoger is. Figuur 5.3.2-2 toont de elektriciteitsproductie die samenhangt met de
diverse configuraties (steeds uitgaand van een WKK-systeem met één
motor werkend op vollast): deze figuur is afgeleid uit figuur 5.3.2-1
door telkens de belasting te vermenigvuldigen met de belastingduur. Dezelfde benadering kan gevolgd worden voor de warmtevraag: figuur 5.3.2-3
toont de jaarbelastingduurcurve (piek 2,2 MWt) voor warmte en figuur 5.3.2-4
toont de met de WKK mogelijke warmteproductie. Ook hierbij zijn de aannames
dat de WKK bestaat uit één motor, dat deze motor volgens
aan/uit bedrijf werkt en dat geen rekening gehouden wordt met de elektriciteitsvraag. Belangrijke opmerking betreffende jaarbelastingduurcurves: Jaarbelastingduurcurves hebben de zeer belangrijke tekortkoming dat ze geen rekening houden met de mate van synchronisme tussen elektriciteits- en warmtevraag. Het kan dus gebeuren dat perioden met hoge elektriciteitsvraag samenvallen met perioden van lage warmtebehoefte en omgekeerd. Hoewel bij de technische dimensionering een eerste indruk verkregen kan worden op basis van de jaarbelastingduurcurves, dient men bij de berekening van de economische haalbaarheid van WKK-systemen rekening te houden met het synchronisme tussen elektriciteits- en warmtevraag.
Bij het selecteren van een concrete WKK-installatie met motor dient men zich onder andere te baseren op de retourtemperatuur, zoals die zich voordoet in het bestaande verwarmingscircuit: zoals in hoofdstuk 2 werd toegelicht, bepaalt de retourtemperatuur met welke motor de maximale warmte gerecupereerd kan worden. Het is daarom zeer sterk aan te bevelen deze retourtemperatuur afzonderlijk continu te meten gedurende de energiemeting. Figuur 5.3.2-5 toont de metingen van de retourtemperatuur gedurende een maand.
Figuur 5.3.2-5: Retourtemperatuur bestaand verwarmingssysteem
Op basis van de jaarbelastingduurcurves en de meting van de retourtemperatuur kan men tot een onderbouwde technische dimensionering van de WKK-installatie komen. Afhankelijk van de bedrijfsvoering van de WKK kan men een aantal aspecten inschatten voor een geselecteerde WKK-installatie, zoals bijvoorbeeld de invloed van deellastbedrijf, het effect ten gevolge van het kunnen terugleveren van elektriciteit aan het elektriciteitsnet, het effect van het gedurende beperkte tijd kunnen wegkoelen van warmte, het effect van het opsplitsen van het voorziene WKK-vermogen over meerdere modules, . Bij de dimensionering van de WKK-installatie speelt de 'financieringsvorm van de WKK' zoals die is besproken in paragraaf 1.3 een grote rol. Indien de WKK-installatie in 'eigen beheer' geplaatst wordt, wordt bij de dimensionering van de WKK-installatie zowel op de elektriciteits- als op de warmtevraag gelet, waarbij meestal die WKK-installatie wordt gekozen die de meeste elektriciteit maakt met benutting van de warmte. De mate van synchronisme tussen elektriciteits- en warmtevraag is een essentieel element bij de dimensionering. Indien echter een WKK-installatie door het energiebedrijf geplaatst wordt, dan wordt de WKK 'uitsluitend' gedimensioneerd op de warmtevraag van de klant, en is de elektriciteitsvraag van de klant quasi onbelangrijk. Wel zal het energiebedrijf ervoor willen zorgen dat de WKK-installatie op nominaal bedrijf werkt op tijdstippen in de winter dat de elektriciteitsvraag het hoogst is; dan is de door de WKK geproduceerde elektriciteit voor de intercommunale het meeste waard.
|
|
| volgende pagina | |