4.3.3 Inpassing van WKKRegeltechnische aspecten De regeltechnische inpassing van een WKK-installatie is vooral gericht op het ontwerpen en inpassen van een regelstrategie waarin een doeltreffende afstemming plaatsvindt tussen ketel(s) enerzijds en WKK anderzijds. Aangezien het thermisch gedrag van beide eenheden geheel verschillend is, vraagt een geïntegreerde regeling specifieke aandacht. Huidige regelingen zijn doorgaans digitaal. Figuur 4.3.3-1 geeft een schema van een digitale vermogensregeling van een warmtesysteem. De regeling gebeurt aan de hand van volgende variabelen: - Pg: gewenst vermogen: Soortelijke warmte (kJ/kg.K) - Pgel: geleverd vermogen: Soortelijke warmte (kJ/kg.K) - Pc: berekend vermogen: Pc = Pg - Pgel
Het belangrijkste aspect bij de inpassing van een WKK-systeem langs warmtezijde is het gevaar van een te hoge retourtemperatuur indien deze rechtstreeks beïnvloed wordt door de aanvoertemperatuur van de ketels. Dit fenomeen treedt vooral op bij een hoge warmtevraag: 1. De WKK levert onvoldoende vermogen om de warmtevraag te dekken; Naast het specifieke probleem van de retourtemperatuur dient er voor gezorgd te worden dat de warmtelevering van de WKK-eenheid preferent is. Bij een (te) kleine warmtevraag genieten ketels echter de voorkeur dit om deellastwerking en te hoge start/stop-frequentie van de eenheid te vermijden. Figuur 4.3.3-2 geeft een typische vermogenskarakteristiek van een warmtesysteem.
1. Buffering Indien de warmtevraag kleiner is dan het thermisch vermogen van de WKK-eenheid is de WKK doorgaans niet in bedrijf. Deellastwerking en wegkoelen van de overtollige warmte zijn technisch zeker mogelijk maar hebben elk hun specifieke nadelen: - deellastwerking: daling elektrisch rendement - wegkoelen: verminderde (negatieve) energiebesparing Een mogelijke oplossing bestaat erin om de overtollige warmte tijdelijk op te slaan, te bufferen. In periodes met een beperkte warmtevraag (nacht) kan de geproduceerde warmte gebufferd worden; in periodes met een grote warmtevraag kan de warmte nuttig aangewend worden. De voordelen van bufferwerking zijn ondermeer: - de WKK dekt een groter aandeel van de warmtevraag; Buffering kan plaatsvinden op verschillende manieren: - buffering in de bestaande ketels; Bij elke wijze van buffering dient wel rekening gehouden te worden met
de optredende verliezen (stilstandverliezen ketel, leidingverliezen
).
Daarnaast is de hydraulische inpassing en regeling van een buffer complexer
dan de standaardinpassing van een WKK. Bij een serieschakeling wordt de WKK voor de ketel(s) geplaatst. Figuur 4.3.3-3 geeft een serieschakeling weer voor een hooggestookt en een variabel systeem.
In het hooggestookt systeem worden de ketels bij een geringe warmtevraag niet noodzakelijk doorlopen. Buffering van warmte in deze ketels is mogelijk, hoewel dit een vrij complexe regeling vereist. Het voordeel van de inpassing van de WKK in een variabel gestookt systeem is de lage retourtemperatuur, afhankelijk van de belasting. Er vindt echter wel steeds ketelbuffering plaats met hoge stilstandverliezen indien de ketel afgeschakeld is. Een mogelijke oplossing is het aanbrengen van een extra omloopleiding. Figuur 4.3.3-4 geeft een serieschakeling waarbij de WKK op drie manieren
ingepast kan worden ten opzichte van de evenwichtsfles. Inpassing A is niet wenselijk wegens de rechtstreekse beïnvloeding
van de retourtemperatuur door de aanvoertemperatuur. De keuze tussen B
en C is afhankelijk van eventuele ketelbuffering; indien men van deze
mogelijkheid gebruik wil maken is optie B aangewezen. Bij een geringe
warmtevraag vindt er bij optie C immers geen buffering plaats. Voor drukgeregelde
systemen geldt een gelijkaardige conclusie. Figuur 4.3.3-5 geeft een WKK-schema met een afzonderlijk buffervat. In tegenstelling tot bovenstaande configuratie (figuur 4.3.3-4) is mogelijkheid C wel een optie. De ketels hoeven niet doorlopen te worden, wat de stilstandverliezen van de ketel beperkt. De opslag van warmte gebeurt langs boven. Het ontladen van de buffer
gebeurt door de toevoer van koud water langs beneden; door verdringing
van het warme water levert de buffer warmte. Bij de parallelschakeling wordt de WKK-eenheid naast (= parallel aan) de ketels geplaatst. Dit heeft als voordeel dat bij een beperkte warmtevraag die volledig gedekt kan worden door de WKK de ketel niet steeds doorlopen hoeft te worden, wat minder verliezen geeft. Figuur 4.3.3-6 geeft een mogelijk schema voor de parallelle inpassing
van een WKK in een hoogestookt systeem. Ook hier geniet de optie b de
voorkeur daar een rechtstreekse koppeling tussen aanvoer- en retourtemperatuur
afwezig is.
|
|
| terug naar inhoudstabel | volgende pagina |