2.5 WKK met stoomturbine
Figuur 2.5-1 toont het schema van de in het verleden meest toegepaste
vorm van WKK: een WKK-systeem op basis van een tegendrukturbine.
Figuur 2.5-1: Schema WKK met tegendrukstoomturbine
In een stoomketel wordt stoom geproduceerd met een hogere druk dan nodig
is voor de levering van de gevraagde warmte. De stoom expandeert in een
turbine tot de gewenste druk.
Wanneer alle stoom tot deze druk expandeert, spreken we van een tegendruk-stoomturbine.
De warmtekrachtverhouding van deze turbine is niet regelbaar en als er
geen stoomvraag is, wordt geen elektriciteit geproduceerd.
Voorbeeld:
stoom ingang stoomturbine : 60 bar stoom, 480 °C (oververhit), 75
t/h
stoom uitgang stoomturbine : 10 bar stoom, 180 °C (verzadigd), 75
t/h
elektrisch vermogen : 7,5 MW
Een variant is de aftapstoomturbine (figuur 2.5-2), waarbij een gedeelte
van de in de ketel gevormde stoom op een bepaalde plaats (gewenste druk)
wordt afgetapt. De overige stoom expandeert in een condensor tot een lage
druk (bv. 0,05 bar). Doordat de aftap regelbaar is kan de WK-verhouding
geregeld worden en kan, ook wanneer de industrie geen stoomvraag heeft,
toch elektriciteit geproduceerd worden.

Figuur 2.5-2 : WKK met aftapcondensatiestoomturbine
Hoewel in het verleden bijna alle industriële WKK-installaties gebaseerd
waren op stoomturbines, wordt bij nieuwe WKK-installaties de stoomturbine
bijna niet meer als enige basiscomponent gebruikt.
Belangrijke reden hiervoor is dat het elektrisch rendement van een stoomturbine
aanzienlijk lager ligt dan dat van de gasturbine en dat de stoomproduktie
in verhouding met de elektriciteitsproduktie relatief groot is; omdat
elektriciteit een aanzienlijk duurder produkt is dan stoom, is een WKK-systeem
met gasturbine vaak eerder rendabel dan een WKK-installatie met een stoomturbine.
|