2.4 WKK met gasturbineVan het WKK-systeem gebaseerd op een gasturbine worden in deze paragraaf de volgende aspecten toegelicht: 1. Thermodynamische grondslagen
De gasturbine bestaat uit een compressor, een verbrandingskamer en een expansieturbine, zoals weergegeven in figuur 2.4-1.
Omgevingslucht wordt aangezogen en door de compressor gecomprimeerd,
zodat druk en temperatuur van de lucht aanzienlijk stijgen (druk van 1
naar 6 tot 30 bar; temperatuur van 15 naar circa 350 °C). De gecomprimeerde,
voorverwarmde lucht wordt naar de verbrandingskamer gevoerd, waarin een
fossiele brandstof (meestal aardgas, kan ook olie zijn) wordt bijgevoegd,
zodat verbranding van de brandstof kan plaatsvinden. Gasturbines in warmtekrachttoepassingen kunnen worden onderscheiden in : · aëroderivative (luchtvaartafgeleide) gasturbine De luchtvaartafgeleide gasturbine werd, zoals de naam al zegt, ontwikkeld
vanuit de vliegtuigtechnologie, waarbij in het bijzonder een laag gewicht,
een compact ontwerp en een minimaal brandstofverbruik belangrijke objectieven
zijn. De 'heavy duty' of 'industriële' gasturbines zijn ontwikkeld vanuit
'landtoepassingen' en hebben andere uitgangspunten. Thermodynamisch gezien werkt de gasturbine volgens de Joule- of Brayton-cyclus, waarin zich in het ideale geval 4 fazen laten onderscheiden (figuur 2.4-1): 1-2: isentrope compressie in de compressor Figuur 2.4-1 toont voor het ideale gasturbineproces het pV- en TS-diagram Een belangrijke parameter bij het gasturbineproces is de drukverhouding
over de compressor p2/p1; deze heeft zoals verderop zal blijken een grote
invloed op het rendement van de gasturbine. Elektrisch vermogen Het mechanisch vermogen van een gasturbine wordt via een generator omgezet in elektrisch vermogen. Figuur 2.4-2 toont het elektrisch vermogen van commercieel beschikbare gasturbines gerelateerd aan de drukverhouding over de compressor.
Figuur 2.4-2 toont dat gasturbines commercieel beschikbaar zijn van 1 MWe tot ruim 200 MWe. Vanwege relatief hoge specifieke investeringskosten en relatief lage
rendementen van de 'kleine' gasturbines (bijvoorbeeld 1 MWe) is de economische
haalbaarheid van dergelijke installaties meestal niet interessant. Belangrijk is op te merken dat het asvermogen van een gasturbine afhankelijk
is van volgende zaken:
In paragraaf 2.2 en 2.3 is getoond dat het thermisch vermogen van WKK-systemen
met motoren een complexe zaak is omdat bij deze systemen niet alle valoriseerbare
warmte op hetzelfde temperatuurniveau beschikbaar is.
Figuur 2.4-3: Basisschema WKK-installatie met gasturbine Het thermisch vermogen dat met een afgassenketel uit de rookgassen gehaald
kan worden is voornamelijk afhankelijk van de temperatuur van de rookgassen
en van de condities van de gevraagde warmte.
Uit figuur 2.4-4 kan globaal afgeleid worden dat bij verzadigde stoom van 10 bar circa 2 ton/uur gevaloriseerd worden per MWe. Omdat bij gasturbines de uitlaatgassen als gevolg van de hoge luchtovermaat bij de verbranding nog een hoog volumepercentage zuurstof (circa 15 %) bevatten, is het mogelijk in de uitlaatgassenketel extra brandstof te verstoken met een relatief hoog rendement. In de praktijk wordt vaak bijgestookt tot een temperatuur van 750 °C aan de ingang van de afgassenketel; in specifieke gevallen kan tot 800 of zelfs tot 850 °C bijgestookt worden. Op deze manier kan bij gelijkblijvende elektriciteitsproductie meer stoom worden geproduceerd, waardoor de warmtekrachtverhouding regelbaar is. Figuur 2.4-5 toont de WKK-installatie met gasturbine met 'bijgestookte' afgassenketel. Ten gevolge van bijstook kan voor de productie van stoom van 10 bar de stoomproductie verdubbeld worden; natuurlijk is dit een richtcijfer en moet de situatie per concrete gasturbine bekeken worden.
Met behulp van de thermodynamica kan het rendement van het ideale proces afgeleid worden:
Figuur 2.4-6 toont het theoretisch rendement is functie van de drukverhouding over de compressor en de k-waarde.
Uit figuur 2.4-6 blijkt dat theoretisch zeer hoge rendementen behaald kunnen worden met gasturbines: in de praktijk komen compressieverhoudingen voor variërend tussen 5,5 en 28,8 waarmee theoretische rendementen mogelijk zouden zijn van 39% respectievelijk 62%. Dergelijke hoge rendementen worden in de praktijk niet gehaald bij de
genoemde drukverhoudingen. Figuur 2.4-7 toont de elektrische rendementen van op de markt beschikbare gasturbines, zoals die door de leveranciers zijn opgegeven, ten opzichte van de theoretisch maximale mechanische rendementen. Hieruit blijkt duidelijk het verband tussen de drukverhouding van de compressor en het elektrisch rendement.
Het elektrisch rendement van de op de markt beschikbare gasturbines met
een vermogen tussen 1 en 3 MWe ligt tussen 15 en 25%.
Thermisch rendement Uit figuur 2.4-9 blijkt dat het thermisch rendement zich globaal situeert
tussen 40 en 60% met enkele uitschieters naar erg hoge en naar erg lage
thermische rendementen. Ook zien we in figuur 2.4-9 dat enkele WKK-systemen
met gasturbines van circa 40 MW met hoge elektrische rendementen relatief
lage thermische rendementen hebben. Tot slot toont figuur 2.4-10 de combinaties van elektrisch en thermisch rendement voor de beschouwde WKK-systemen met gasturbine.
In vergelijking met de WKK-systemen met gasmotor, hebben de WKK-systemen met gasturbine een groter spreidingsgebied van elektrische en thermische rendementen. De deellastkarakteristieken van gasturbines zijn minder gunstig. Als
het WKK-systeem toch in deellast bedreven moet worden, wordt vaak een
ondergrens van 70 - 75% van het nominale vermogen aangehouden. Door regeling
van de inlaatschoepen de nadelen van deellastbedrijf op het rendement
zoveel mogelijk beperkt.
Het elektrisch rendement bij luchtvaartafgeleide gasturbines is in absolute waarden gezien significant hoger dan bij industriële gasturbines. Ook het deellastrendement van luchtvaartafgeleide gasturbines is duidelijk gunstiger in vergelijking met industriële gasturbines. Als we het deellastbedrijf aan de zijde van de warmteproductie bekijken zien we in figuur 2.4-12 dat de conclusies zoals die voor het elektrische gedeelte in figuur 2.4-11 gelden juist omgekeerd worden: in thermisch opzicht presteert de industriële gasturbine beter dan de luchtvaartafgeleide.
|
|
| volgende pagina | |